Regional content : DeutschlandBelgiumEspañaItaliaFranceGreat BritainNederlandNorgePortugalSlovenijaSuisseÖsterreichБългарияLatvijaMagyarországRomânia
Belgium   >  Library   >  Raakvlakken tussen minnelijke schikking en bemiddeling bij de vredrechter

Raakvlakken tussen minnelijke schikking en bemiddeling bij de vredrechter

Raakvlakken tussen minnelijke schikking en bemiddeling bij de vredrechter


1. Sinds de jaren 90 van vorige eeuw gaat er in de juridische wereld veel aandacht naar de ADR (alternative dispute resolution).De meest markante alternatieve geschillen-oplossende techniek ,die toen in de belangstelling kwam , is de bemiddeling ,die van de USA ,via Quebecq , naar Europa kwam overgewaaid .Dat was ook een ontdekking voor de Belgische juristen.

In die ontdekkingsroes vergaten veel juristen echter dat er in België al van oudsher een belangrijke geschillen-beslechtende techniek op succesvolle wijze wordt toegepast op de vredegerechten, waar geschillen worden opgelost door een minnelijke schikking of verzoening.

Persoonlijk meen ik dat de term “minnelijke schikking” te verkiezen valt boven “verzoening” ,want in feite komt het erop neer dat personen , die een geschil hebben , daarvoor , los van enige procedure,een oplossing hebben bekomen ,maar dit impliceert geenszins dat ze vrienden zijn geworden. De Franse termen “conciliation” en “ réconciliation” geven beter die nuance weer ,tenminste naar mijn gevoel.



2.Art 731 ger.w. bepaalt ,zoals u allen weet :”Onverminderd het bepaalde in de artikelen 1724 tot 1737 kan iedere inleidende hoofdvordering tussen partijen die bekwaam zijn om een dading aan te gaan en betreffende zaken welke voor dading vatbaar zijn , op verzoek van een partij of met beider instemming vooraf ter minnelijke schikking worden voorgelegd aan de rechter die bevoegd is om in eerste aanleg ervan kennis te nemen….”

Weliswaar is dit artikel niet voorbehouden voor de kantonnale rechtsmachten ,maar in de praktijk stelt men wél vast dat het alleen op de vredegerechten is ,dat er een traditie van oplossing van geschillen via minnelijke schikking bestaat.

De meeste vrederechters vinden trouwens de minnelijke schikking een belangrijk onderdeel van hun bevoegdheden en achten dat het aanwenden ervan nog hun statuut van eerstelijnsrechter benadrukt. Ik acht trouwens dat aan de zeldzame vrederechters ,die weigeren in te gaan op een vraag tot minnelijke schikking , rechtsweigering kan verweten worden.



3.Voor de vrijwillige minnelijke schikking verloopt het scenario als volgt :

-de aanvraag tot minnelijke schikking gebeurt per gewone brief ,maar kan zelfs mondeling worden geformuleerd (art 732 Ger.W)

-de oproeping in verzoening door de griffier gebeurt eveneens bij gewone brief ,mits inachtname van de gewone termijn van dagvaarding

-partijen worden gehoord in raadkamer ; zij zitten voor het bureel van de vrederechter en staan niet op de openbare zitting ,wat psychologisch een belangrijk verschil uitmaakt

-als partijen tot een akkoord komen , wordt dit geakteerd in een pv van minnelijke schikking

-op dit pv zijn geen rechten verschuldigd ,want het kan geen veroordeling bevatten

-het aldus geakteerde akkoord kan wel gedwongen uitgevoerd worden ,mits de uitgifte van het pv wordt voorzien van de formule van tenuitvoerlegging

-een dergelijk pv met uitvoerbare formule kost 1,5 euro per blad .

Kan er een goedkopere wijze bestaan voor de oplossing van een geschil?



4. Het gebeurt ook vaak dat de vrederechter in een hangend geschil een persoonlijke verschijning beveelt en dat naar aanleiding ervan een akkoord tot stand komt ,dat dan in een akkoord- vonnis wordt opgenomen.(art 1043 Ger.W.)

Deze manier van handelen is evenmin voorbehouden voor de vrederechters ,maar ook hier dient vastgesteld dat het toch op de vredegerechten is dat ze het meest wordt toegepast.



5. Tenslotte zijn er ook gevallen waarin de wet de poging tot minnelijke schikking oplegt

Zo stelt art 1253 quater de poging tot verzoening verplicht in het gezinscontentieux:

-in de geschillen mbt tot het bepalen van de echtelijke verblijfplaats(art 214 BW)) of mbt tot de huur van de gezinswoning (art 215 BW § 2);
-bij een vordering tot bijdrage in de lasten van het huishouden(art 221 BW) en bij dringende en voorlopige maatregelen (art 223 BW)

Een voorafgaande poging tot verzoening is ook verplicht bij huurgeschillen ,bij geschillen inzake landpacht ,enz.



6. Het is dan ook terecht dat de Heer E.Krings ,emeritus Procureur Generaal bij het Hof van Cassatie de vrederechter ooit bestempelde als “le juge conciliateur”.

De kantonale traditie van de minnelijke schikking opgebouwd door de vrederechters maakte van hen de ideale rechters om ook vaak met bemiddeling te maken te hebben:

-hetzij om bemiddelingsakkoorden , tot stand gebracht door een erkende bemiddelaar, te homologeren (de niet proceduregebonden bemiddeling )

-hetzij om op vraag van partijen , of op eigen initiatief ,maar met akkoord van partijen ,een bemiddeling te bevelen(de proceduregebonden bemiddeling)



7. Welnu ,het moge paradoxaal klinken ,maar de bemiddeling kent geen succes op kantonaal vlak .

Dat was al de vaststelling bij de invoering van de intussen opgeheven wet van 19 februari
2001 betreffende de proceduregebonden bemiddeling in familiezaken en dat is ook de ervaring sinds de inwerkingtreding van de wet van 21 februari 2005 op 30 september 2005

Een mondelinge rondvraag in de arrondissementen Antwerpen en Mechelen ,die een Hoofdgriffier voor mij wel heeft willen doen,wijst inderdaad uit dat in de meeste kantons nog nooit een bemiddelingsakkoord werd gehomologeerd ,noch ooit een bemiddelaar werd aangewezen door de vrederechter.



8. Voor de vrijwillige - ik bedoel de niet proceduregebonden - bemiddeling is die vaststelling misschien niet zo bevreemdend : eerder dan een bemiddelingsprotocol op te stellen en een
geschil aldus voor te leggen aan de gekozen bemiddelaar , om nadien naar de vrederechter te stappen met het bemiddelingsakkoord en hiervan homologatie te vragen ,kunnen partijen misschien opteren voor een aanvraag tot oproeping tot minnelijke schikking

Een voorbeeld moge dit illustreren : als een meerderjarige alleenwonende student zijn ouders aanspreekt om een onderhoudsbijdrage van hen te vorderen en hij stuit op de weigering van zijn ouders of op een onenigheid over het bedrag, kan hij of zijn advocaat een vraag tot minnelijke schikking bij de vrederechter indienen ,eerder dan te trachten met de ouders een bemiddelingsprotocol op te stellen ,wat kosten van bemiddeling met zich brengt ,terwijl de minnelijke schikking gratis is. . Van de vrederechter kan verwacht worden ,niet echt dat hij bemiddelt ,want dat is niet zijn rol ,maar wel dat hij partijen tot een vergelijk brengt. Als een pv van minnelijke schikking kan worden opgesteld en als het akkoord vrijwillig wordt uitgevoerd ,dan is dit conflict volledig gratis opgelost .



9. Om te begrijpen waarom de gerechtelijke –ik bedoel de proceduregebonden -bemiddeling
geen succes heeft op kantonnaal vlak , kan alleen een wetenschappelijk onderzoek het antwoord verstrekken op de drie volgende vragen :

-zijn vrederechters misschien niet bemiddeling” minded “en is het daarom dat zij niet vlug suggereren om in het bij hen voorliggend geschil een bemiddeling te pogen ?

-ongeacht of de vrederechters de bemiddeling al dan niet gunstig gezind zijn ,zijn het misschien de partijen of hun raadslieden die de bemiddeling nog niet ontdekt hebben of er niet willen van weten ? Niet alleen in echtscheidingen zijn er immers partijen die de voorkeur aan een “gevecht “ geven.!

-is het misschien niet zo dat vaak bemiddeling niet nodig is ,omdat de vrederechter in de zaak zijn rol van verzoener speelt ?


10.Ik denk dat de vrederechters de bemiddeling wél gunstig gezind zijn.Sommigen onder hen hebben trouwens een opleiding tot bemiddelaar gevolgd .

Persoonlijk heb ik ook het voorrecht genoten een opleiding tot bemiddelaar te volgen,op uitnodiging van de Antwerpse Kamer van Notarissen .

Het was voor mij een verrijkende ervaring ,die ik met succes heb benut in de uitoefening van mijn ambt van vrederechter.

Ik heb het dan ook bijzonder spijtig gevonden dat ik de techniek van de bemiddeling pas ontdekt heb op het einde van mijn loopbaan ,want als vrederechter kan men er inspiratie uit putten om in een poging tot verzoening partijen nog gemakkelijker naar een minnelijke schikking te leiden of om, bij persoonlijke verschijning van partijen,tussen hen een akkoord te helpen tot stand brengen.
.
Daarom pleit ik er ook voor dat alle magistraten en zeker de vrederechters –tenminste diegenen die dat willen –een opleiding tot bemiddelaar zouden kunnen volgen.

Meer nog ,ik pleit ervoor opdat in de opleiding in de rechten , de bemiddeling ruimer aan bod zou komen dan louter als een klein onderdeel van de cursus van procesrecht .

Daarom vernam ik met genoegen dat de VUB vanaf het academiejaar 2007-2008 in het eerste masterjaar een keuzevak “geschillenbeheersing” inlast.



11. In dit betoog heb ik veel gesproken over de minnelijke schikking ,tijdens een bijeenkomst die nochtans gewijd is aan de bemiddeling .Dit is zeker geen misverstand van mijnentwege :ik deed het met opzet omdat er,naast grote verschillen ,ook raakvlakken zijn.

Bij een poging tot verzoening staan de partijen gewoonlijk tegenover elkaar met symbolisch getrokken messen ;ze luisteren niet naar mekaars betoog ,maar zijn elkeen overtuigd van hun groot gelijk .Erin gelukken dat ze minstens naar elkaar luisteren en hen terug “on speaking terms” brengen zijn doeleinden die ook door de bemiddeling worden nagestreefd en bekomen .Daar zijn technieken voor ,die nuttig kunnen aangewend worden in een verzoeningszitting of tijdens een persoonlijke verschijning van partijen.

Bij de vrederechter worden vele zaken ingeleid waarin de partijen in persoon verschijnen. Zelfs bij de behandeling van die zaken kunnen de technieken van de bemiddeling nuttig zijn.

Als er in dit geval of bij een persoonlijke verschijning een akkoordvonnis kan geveld worden,dan heeft dat vonnis ,zoals bij een bemiddeling, het voordeel dat het niet is opgelegd ,maar dat het datgene weergeeft waarover partijen het eens zijn kunnen worden .Er kan dus verwacht worden dat het vonnis zonder weerstand zal uitgevoerd worden.


12. Er is natuurlijk één wezenlijk verschil tussen bemiddeling en verzoening :het vertrouwelijk karakter van al wat gezegd wordt en van alle stukken die medegedeeld worden in een bemiddeling . Partijen ,die voor de vrederechter niet bijgestaan worden door een advocaat ,weten dat meestal niet ,maar zij voelen wel aan dat ze aan de rechter -waarvan ze weten dat die over een beslissingsmacht beschikt ,als zij niet tot een minnelijke schikking komen- ,niet alles kunnen zeggen ,dat ze die niet echt in vertrouwen kunnen nemen, wat betreft alle achterliggende elementen van hun conflict .

Bovendien moet worden toegegeven dat het kader van een gerechtsgebouw ,met al zijn symboliek –al verschijnen partijen bij een minnelijke schikking in raadkamer- partijen eerder een onbehaaglijk gevoel kan geven en dat ze zich dus niet even op hun gemak zullen voelen als twee partijen die in het bureau van een bemiddelaar verschijnen.Ook dit element kan het tot stand komen van een dialoog tussen partijen verhinderen ,ondanks de inspanningen van de rechter .

De kantonnale traditie van de minnelijke schikking ,die met veel succes wordt bekroond en de positieve ervaring opgedaan in een recent verleden met de gerechtelijke bemiddeling op het niveau van het Hof van Beroep van Antwerpen ,spreken dit dan weer tegen : het kader van een gerechtsgebouw is niet noodzakelijk remmend .

Als de vrederechter vaststelt dat schijnbaar niet alle elementen van het geschil bij hem het daglicht mogen zien ,dan kan hij partijen toch nog helpen, door hen uit te leggen wat de vrijwillige bemiddeling is en hen aan te sporen in bemiddeling te gaan. Wellicht zullen er vrederechters zijn die dit ervaren als de mislukking van hun eigen inzet en die daarom niet zo ver zullen gaan ,maar dan is dat spijtig ,want hier zou de vrijwillige bemiddeling echt mooi kunnen aansluiten op de poging tot minnelijke schikking ,die door de aard van betwisting gedoemd was om niet te lukken.



13. Zo’n houding was uiteraard al mogelijk zonder de wet op de bemiddeling af te wachten ,tenminste volgens mijn ervaring. Bij echtelijke geschillen ,die blijken uit de inleiding van een procedure gesteund op art 223 BW , blijkt het vaak dat ,bij de ondervraging van partijen deze ,niet alles kunnen of willen zeggen .

Vaak heb ik de vraag gesteld of hun geschil niet te maken kon hebben met hun huwelijksintimiteit ,daaraan toevoegend dat ik maar juriste was en dat dit soort problemen met een bevoegde arts of huwelijkscounselor kon besproken worden ,maar niet op een rechtbank .Ik stelde dan voor dat partijen samen een bepaalde arts uit mijn kanton ,die zeer bekwaam was om, met succes, over die problemen een dialoog tot stand te brengen, ofwel een huwelijkscounselor te raadplegen.Partijen gingen hier meestal op in en meestal gebeurde het dan dat ik naderhand een brief kreeg van de geconsulteerde specialist , die mij en verzoening aankondigde,zodat de zaak kon geschrapt worden.

Het is mij ook gebeurd ,nog vóór de inwerkingtreding van de wet van 19/2/2001 op de proceduregebonden bemiddeling in familiezaken , partijen aan te raden een bemiddeling te vragen aan een advocaat die al een opleiding tot bemiddelaar had genoten. ; ik stelde de zaak dan uit op vaste datum of onbepaald ,om partijen toe te laten nadien een akkoordvonnis of –
beschikking te komen vragen.



14. Vermits ik het heb gehad over het wezenlijk verschil tussen bemiddeling en poging tot minnelijke schikking , wil ik ook even commentaar geven op een wetsvoorstel dat op 17 november 2004 in de Senaat werd ingediend (Belg.Senaat 2004-2005 ,3/903/1) .Dit vertrekt van de juiste vaststelling dat het Ger.W. niet de vertrouwelijkheid van de poging tot minnelijke schikking waarborgt en wil dat verhelpen .Het wil ook de mogelijkheid voor de rechter invoeren om bijzondere onderhandelingstechnieken te hanteren ,zoals bv een apart onderhoud van de rechter-verzoener met elk van beide partijen of met hun advocaat . De rechter die gezeteld heeft in de poging tot minnelijke schikking zou nadien niet mogen statueren ,maar moeten vervangen worden door een andere rechter.

Dit wetsvoorstel is voor kritiek vatbaar en lijkt mij niet opportuun :

-het maakt van de verzoeningsprocedure een afgezwakte bemiddeling door een rechter-bemiddelaar

-het negeert volledig de wijze van werking van een vrederechter :deze is immers alleenzetelend rechter en dan zou er steeds moeten beroep gedaan worden op een plaatsvervangende vrederechter ,juist op een ogenblik waarop de wetgever er over nadenkt of de plaatsvervangende vrederechters wel moeten behouden blijven

-als dit wetsvoorstel wet zou worden , zou het nieuwe stelsel niet werkbaar zijn op een vredegerecht en zou het voor gevolg hebben dat de vrederechters de belangrijke verzoenende rol die ze nu in de minnelijke schikkingen spelen ,niet meer zouden kunnen vervullen.


15. Tot slot wil ik nog twee bedenkingen formuleren.

De rechtsbijstand voor de niet proceduregebonden bemiddeling moet aangevraagd worden bij de bevoegde rechter .Dit moge bevreemdend blijken ,maar het is zo.
Welnu, als een partij ,die een bemiddelingsprotocol heeft opgesteld met een tegenpartij over een geschil ,dat behoort tot de bevoegdheid van de vrederechter ,naar de vrederechter stapt om rechtsbijstand te vragen voor deze beoogde bemiddeling , wat nu gebeurt bij eenzijdig verzoekschrift (sinds de wet van l juli 2006 tot wijziging van het Ger.W. ) belet m.i. niets dat de vrederechter de andere partij zou laten oproepen en dat de inhoud van het bemiddelingsprotocol zou worden opgenomen in een proces-verbaal van minnelijke schikking.

Persoonlijk vind ik dat niet alle contracten geschikt zijn om daarin een bemiddelingsbeding in te lassen en hierbij denk ik bijvoorbeeld aan het consumentenkrediet .In deze materie worden toetredingscontracten gebruikt door de economisch sterkere partij en de krediet-opnemer is zich daarbij niet bewust van het feit dat misschien een dergelijk beding in dit contract voorkomt ,noch kent hij er de nadelen ervan. Want er is inderdaad een belangrijk nadeel verbonden aan een dergelijk beding in dergelijke materie : de bemiddelaar ,die geen jurist is ,kent niet de stringente wetgeving terzake en kan er niet over waken dat het evenwicht tussen beide partijen ,die op economisch vlak erg van gewicht verschillen ,wordt in acht genomen .
Hetzelfde kan trouwnes gevreesd worden van een bemiddelaar ,die wel jurist is ,maar die niet erg vertrouwd is met deze speciale materie van het consumentenkrediet.


16. Laat mij besluiten : ik ben een grote voorstander van de bemiddeling omdat ik meen dat die getuigt van een belangrijke mentaliteitswijziging .

Antoine GARAPON zegt dit zo goed in zijn boek “Le gardien des promesses”::

« La médiation n’est pas qu’une alternative à la justice, une nouvelle technique de résolution des conflits:elle préfigure l’émergence d’un nouveau mode de régulation sociale…La médiation est non seulement signe d’une nouvelle conception de l’intervention judiciaire
mais, au-delà,d’une évolution de l’imaginaire contemporain. »

Mariette Verrycken
Ere-vrederechter
Ere-voorzitster van het Koninklijk Verbond van vrede- en politierechters